Zeventien jaar lang was Henriette pleegouder. Naast haar werk in een kunstencentrum en haar ervaring als projectmanager ving ze kinderen op die tijdelijk niet thuis konden wonen. Maar hoe waardevol dat ook was, ze voelde dat er meer mogelijk moest zijn. “Als pleegouder moet je er vaak nog naast werken. Ik merkte dat mijn hart echt bij de kinderen lag. Ik wilde meer tijd voor hen hebben, meer kunnen betekenen en mezelf verder ontwikkelen.”
Drie jaar geleden kwam de vraag opnieuw voorbij: zou een gezinshuis iets voor haar zijn? Waar het eerder niet het juiste moment was, voelde het nu anders. Henriette was 56 jaar, wilde minder buitenshuis werken en vooral meer investeren in de kinderen die haar nodig hadden. “Toen wist ik: dit ga ik doen.”
Ze volgde een opleiding, behaalde haar SKJ-registratie en paste haar woning aan. Haar jarenlange ervaring als pleegouder kreeg daarmee een professionele basis. “Vroeger deed ik veel op gevoel, naar eer en geweten. Nu combineer ik die ervaring met professionele kennis. Dat maakt me sterker als gezinshuisouder.”
Kleine stapjes, grote betekenis
In haar gezinshuis wonen kinderen met verschillende achtergronden en ervaringen. Ieder kind brengt zijn eigen verhaal mee. “Dat maakt het soms uitdagend. Maar juist die kleine stapjes vooruit maken dit werk zo bijzonder. Een kind dat eerst niets durfde en later wel. Een kind dat je gaat vertrouwen. Daar word ik echt gelukkig van.”
Volgens Henriette moet je als gezinshuisouder niet uit zijn op snelle successen. “Je moet kunnen genieten van kleine overwinningen. Sommige kinderen hebben een lange adem nodig. Geduld en begrip voor een andere culturele achtergrond is misschien wel een van de belangrijkste eigenschappen.”
Het verschil maken voor een heel gezin
Wat haar ook aanspreekt, is dat ze niet alleen iets kan betekenen voor kinderen, maar soms ook voor hun ouders. Ze vertelt over twee kinderen die bij haar kwamen wonen. Uiteindelijk konden zij weer terug naar hun moeder. “Dat je daaraan hebt mogen bijdragen, dat is ontzettend bijzonder. We hebben nog steeds contact en een goede band. Dat voelt als een groot cadeau.”
Het opbouwen van vertrouwen met ouders is niet altijd makkelijk. “Ouders zitten vaak in een moeilijke situatie. Soms zien ze je in het begin niet als bondgenoot. Maar als het lukt om samen te werken, helpt dat kinderen enorm. Voor hen blijven hun ouders altijd de belangrijkste mensen.”
Een manier van leven
Als je Henriette vraagt wat een gezinshuisouder volgens haar typeert, hoeft ze niet lang na te denken. “Mensen die hiervoor kiezen, kiezen voor een levensstijl. Voor een leven waarin je van betekenis wilt zijn voor kinderen en jongeren.”
Dat betekent niet dat je een typisch zorgprofiel moet hebben. “Je hoeft geen moederkloek te zijn. Je moet open-minded zijn, goed kunnen organiseren of dat willen leren. Je moet teleurstellingen kunnen accepteren en begrijpen dat kinderen altijd loyaal blijven aan hun ouders.”
Het verrijkt mijn leven
Hoewel het werk veel vraagt, voelt Henriette het nooit als een last. “Het verrijkt mijn leven. Het houdt me jong. Ik leer voortdurend nieuwe dingen en ontmoet mensen en culturen die ik anders misschien nooit had leren kennen.”
Waar ze het meest trots op is? “Dat alle kinderen hier stapjes vooruit zetten. Dat ze vertrouwen hebben gekregen. En dat ik zelfs met ouders waar het eerst moeilijk mee liep uiteindelijk een goede relatie heb kunnen opbouwen. Dat is voor kinderen ontzettend belangrijk.”
Gewoon beginnen
Achteraf had Henriette gewild dat ze eerder was gestart als gezinshuisouder. Twijfel heeft ze eigenlijk nooit gehad. “Het past gewoon bij wie ik ben.”
Voor mensen die overwegen om gezinshuisouder te worden, heeft ze een duidelijke boodschap: “Praat met andere gezinshuisouders. Vraag advies. Iedereen wil je helpen, zodat je niet alle valkuilen zelf hoeft te ontdekken. En vooral: begin gewoon als je het gevoel hebt dat dit bij je past, dan ga je daar geen spijt van krijgen.”