"Sinds we zorgouders zijn, praten we meer met elkaar dan ooit"

- Mariska en Henri (Zorggezin)

Mariska en Henri van de Ven zijn échte aanpakkers. Ze hebben 4 kinderen en een varkenshouderij in het Brabantse dorp Wintelre. Daarnaast runnen ze een zorgboerderij voor kinderen en jongeren met een beperking en bieden ze crisisopvang aan baby’s en kleine kinderen. Onlangs realiseerden ze nog een lang gekoesterde wens: een moeder-kindopvang aan huis. De garage werd met behulp van crowd funding omgebouwd tot appartementje voor moeder en kind.

Hoe zijn jullie ooit begonnen?
Mariska: “Henri is varkensboer, hij heeft het varkensbedrijf overgenomen van zijn ouders. Zelf werkte ik vroeger in de toeristische sector, onder meer als stewardess. Daar ben ik mee gestopt toen de oudste een half jaar was. Ik werkte nog een tijdje mee in de stal, maar miste toch het contact met mensen. In een autisme-tijdschrift las ik over het bestaan van zorgboerderijen voor jongeren met een beperking. Dat leek me wel iets. Ook Henri zag het wel zitten. We zijn allebei gek op kinderen. Na een oriëntatie en goede voorbereiding zijn we begonnen met de zorgboerderij. Dat ging heel goed, we vonden én vinden het ontzettend leuk om te doen. Onze doelgroep zijn kinderen tussen 4 en 14 jaar die een verstandelijke of psychische beperking hebben. Op een dag vroeg Bijzonder Jeugdwerk of we ook een 24-uurs crisisopvang voor jonge kinderen konden doen. Dat wilden we wel proberen. Onze jongste zoon was 2 toen BJ voor het eerst aanbelde met een baby van 9 dagen oud.”

Hoe was dat, ineens een klein baby’tje in huis?
Henri: “In het begin even wennen natuurlijk, maar het viel mee hoor. Mariska is dol op baby’s, dat past echt bij haar. De afgelopen negen jaar woonden al meer dan 30 verschillende kinderen bij ons, zo tussen 0 en 12 jaar oud. Mariska regelt het zorggezin en de zorgboerderij, ik ben verantwoordelijk voor de varkenshouderij en spring in waar het nodig is. Onze eigen kinderen zijn niet anders meer gewend. Die zorgen en helpen gewoon mee. De oudste drie zijn meiden, onze jongste zoon is 11. De één komt uit school en gaat een luier verschonen, de ander neemt een kindje mee naar de bakker. Dat gaat allemaal heel vanzelfsprekend. We vinden het wel belangrijk dat het klikt met onze kinderen. Als dat niet zo is, en heel soms gebeurt dat, dan gaan onze eigen kinderen voor en wordt het kind overgeplaatst. Dat voelt soms als falen, maar het kan dan niet anders. BJ neemt onze wensen daarin heel serieus.”

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van een zorgouder?
Mariska: “Je moet natuurlijk om andermans kinderen kunnen geven, dat spreekt voor zich. Daarnaast is het belangrijk dat je openstaat voor de familie van het kind. Want die krijg je erbij. Als je kiest voor crisisopvang, dan moet je heel flexibel kunnen zijn. We hebben meegemaakt dat BJ belde of er plek was en dat ze 3 uur later al met het kind op de stoep stonden. Een kindje wordt ergens weggehaald, omdat het daar niet meer veilig is. Je moet dus heel snel kunnen schakelen. Verder moet je het kind rust kunnen bieden in je gezin. Want deze kinderen hebben veel meegemaakt.”

Heb je een achtergrond in de hulpverlening nodig?
Mariska: “Nee voor het runnen van een zorggezin is dat niet nodig, maar een beetje affiniteit helpt wel. Ik vind dit werk zo leuk dat ik ben begonnen met de deeltijd-hbo Pedagogiek. Ik wilde me graag verder ontwikkelen. Het is een boeiende studie, maar ook best zwaar om ernaast te doen. Daarom doe ik nu twee jaar over het laatste studiejaar. Je moet leren om je eigen grenzen goed te bewaken, dat heb ik door de jaren wel geleerd. Als ze bijvoorbeeld opvang zoeken voor een kind en het komt echt niet uit, moet je ook ‘nee’ durven zeggen.”

Heb je ook contact met de biologische ouders van een kind?
Henri: “Ja, een goede samenwerking met de ouders is heel belangrijk, omdat het de bedoeling is dat het kind weer terug naar huis kan. Een kind blijft altijd loyaal aan zijn ouders, wat die ouder ook heeft gedaan. We vragen een kind heel bewust om ons ‘Mariska en Henri’ te noemen en geen ‘papa en mama’. Het duurt even om het vertrouwen van ouders te winnen, want in het begin reageren de meeste ouders gekwetst. We leggen dan uit dat wij niet de betere ouders willen zijn. Wij zijn ook maar mensen. We zorgen alleen tijdelijk voor hun kind tot ouders het weer zelf kunnen. Tijdens zo’n bezoekje kijken we hoe ouders met hun kind omgaan. Het moet natuurlijk wel verantwoord zijn om een kind naar huis te laten gaan. Als ouders schreeuwen of schelden tegen hun kind, dan geven we dat door aan BJ.”

Raak je aan sommige kinderen gehecht?
Mariska: “We hebben bewust gekozen voor crisisopvang, vanwege de afwisseling. De insteek is dat een kind weer terug naar huis gaat. Dat hou je in je achterhoofd. Wel is het zo dat je met het ene kind een betere klik hebt dan met een ander. Het moeilijkst vinden we kinderen met hechtingsproblemen. Het gedrag van afstoten en aantrekken. Eerst geen knuffel willen, een seconde later weer wel. Het uittesten hoever ze bij je kunnen gaan. Je ziet dat het kind liefde nodig heeft, maar niet weet hoe liefde te ontvangen. Dat raakt je zo diep. Wat dan helpt is erover praten, met elkaar en met de begeleider van BJ.”

Hoeveel kinderen vang je tegelijk op?
Henri: “Meestal één of twee kinderen, bijvoorbeeld een broertje en zusje. De meeste kinderen blijven 4 tot 6 weken, zo lang als de crisisopvang duurt. Soms langer, tot er een goede vervolgplek is gevonden, een pleeggezin bijvoorbeeld, want we vinden het niet prettig als ze met een kind gaan shoppen. Op dit moment hebben we een tweejarig meisje in huis. Zij woont al bij ons sinds ze 4 dagen oud is. Toen de rechter besliste dat ze niet meer terug naar huis kon, hebben haar ouders gevraagd of hun dochtertje bij ons mocht blijven. Dat vonden wij prima, ze past goed in ons gezin.”

Heb je nog een advies voor nieuwe zorgouders?
Mariska: “Ik vind het soms lastig dat je weinig weet over het kind dat bij je komt. Soms kom je er later achter, soms ook niet. Daar moet je mee kunnen omgaan. Ik probeer wel uit te vinden hoe het moment verliep dat het kind van huis werd weggehaald. Een uithuisplaatsing is zo heftig. Een tijdje geleden hadden we een kindje die door de politie van school was geplukt. Hij dacht dat hij voor straf naar ons moest. Het is heel belangrijk om het kind te laten merken dat het niet schuldig is aan de uithuisplaatsing.”

Zorggezin zijn, wat betekent dat voor jullie relatie?
Mariska: “Henri en ik staan er allebei hetzelfde in: we delen een passie. Daar kies je voor, al heb je soms minder quality time met elkaar dan je zou willen. De tijd die je samen hebt, moet je bewust inplannen. Daar staat tegenover dat we nu méér met elkaar praten dan we ooit gedaan hebben. Er is elke dag zoveel te bespreken! Je maakt zoveel mee, met de opvangkinderen, maar ook met hun familie. Er gebeuren dingen die je raken, die je kwijt moet. Ik ben een emotioneel mens en Henri is wat rationeler. Zo houden we elkaar in evenwicht. Als je geen partner hebt met wie je goed kunt praten, moet je er niet aan beginnen.”

Waarom wilden jullie een moeder- en kindopvang erbij?
Mariska: “Vijf jaar geleden hadden we een Somalisch meisje in huis van wie de moeder zwaar getraumatiseerd was. Die moeder woonde alleen op een flatje. We zagen haar verdriet om het afstaan van haar kind. In overleg met de hulpverleners mocht ze 8 uur per week bij ons komen om met haar dochter te spelen en haar in bad te doen. Dat vond ze geweldig. Nadat het kind was overgeplaatst naar een pleeggezin, overleed de moeder. Zij heeft nooit echt de kans gehad om voor haar kind te zorgen. Dat raakte ons heel erg. Wij willen daarom jonge moeders een kans geven om aan hun toekomst te werken met hun kind nabij, zodat de hechting goed op gang komt en ze samen een goede start maken. Pas geleden is ons nieuwe moeder- en kind appartement geopend door het Somalische meisje, ze is nu 6 jaar. Een mooi moment.”

De eerste zwangere woont nu bij jullie, hoe is dat?
Mariska: “Dat gaat heel goed, ze is een jonge, alleenstaande vrouw van 21 jaar met een jeugdzorg-verleden en weinig familiecontacten. De afspraak is dat we haar begeleiden tot een half jaar na de bevalling. Van Bijzonder Jeugdwerk krijgt ze hulp om haar schulden af te lossen en trauma’s uit het verleden te verwerken. Ik begeleid haar om goed voor zichzelf en de baby te leren zorgen.

Hoe vind je de begeleiding van Bijzonder Jeugdwerk?
Mariska: “Die verloopt heel prettig, de lijnen zijn kort. Wat we het meest waarderen is dat ze altijd direct voor je klaar staan, van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en ook in het weekend. Toen onze zoon enkele jaren geleden een ongeluk kreeg en veel verzorging nodig had, heeft BJ de twee zorgkinderen die nog geen week bij ons waren, meteen bij ons weggehaald en bij een ander gezin ondergebracht. Ze houden op allerlei manieren rekening met ons, dat is heel fijn. Ooit hadden we een kindje dat in dezelfde klas werd geplaatst als onze eigen dochter. Dat was niet handig, ze zaten bijna 24 uur per dag op elkaars lip. We hebben dat met BJ besproken en sindsdien zijn we er alert op.

Hoe komt het dat jullie dit werk al zolang volhouden?
Henri: “We willen kinderen een stabiele basis geven, dat is onze grote passie. En we zijn net zo begaan met de kinderen als met hun ouders. Ook zij hebben het niet gemakkelijk, vaak zijn er persoonlijke problemen, schulden etc. Het is ontroerend als een moeder je komt bedanken met een plantje, omdat we zo goed voor haar kind hebben gezorgd. We vinden het ook bijzonder dat Mariska aanwezig mag zijn bij de bevalling van het zwangere meisje dat we nu in huis hebben. Dat iemand jou dit vertrouwen schenkt, dat is mooi.”

Naschrift:
Op het moment van publicatie is het zwangere meisje bevallen van een gezonde dochter. Moeder en dochter maken het goed

Deze oplossingen horen bij mijn traject