"Motivatie is alles. Als je écht iets wilt, kún je het ook en gaan er deuren voor je open."

- Samantha (20)

Ik weet nu dat ik lastige situaties aankan

Op haar 15e werd Samantha voor de keuze gesteld: of we schoppen je op straat of je vertrekt naar Frankrijk. Ze ging voor optie 2. Nu, vijf jaar later, woont Samantha weer in Nederland, in een splinternieuw appartement in Breda. Ze heeft een mbo-diploma niveau 3 op zak en loopt stage bij een zorgboerderij van Novadic-Kentron.

Hoe was je jeugd?

“Ik werd drie maanden te vroeg geboren. ‘Een pak suiker op één hand’, zei mijn moeder. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en veel van huis; mijn moeder hield het gezin draaiende. Op zondag zat ik – vaste prik- met mijn ouders en zusje in de kroeg. Mijn ouders waren geen praters, maar de drank maakte veel los. ‘s Avonds in bed lag ik te luisteren hoe ze ruzie maakten.  Vanaf de middelbare school begon ik zelf een grote mond te krijgen. Er was steeds vaker ruzie thuis. Ik ging spijbelen, blowen, bedriegen, stelen. Hulpverleners en politie kwamen over de vloer. Bij de crisisopvang liep ik twee keer weg. Niets hielp.”

Wat was het keerpunt?

“Toen ze me in de auto naar Frankrijk hebben gezet. Ik ging 6,5 maand bij een zorggezin van PEL (Project Ervarend Leren) wonen. Op de boerderij had ik tijd om na te denken, wat kon je anders? De dag bestond uit werken, eten, slapen en heel veel praten. Geen telefoon, bijna geen geld, geen vrienden, niets. Met mijn ouders mocht ik brieven schrijven. Heftig was dat. Vaak heb ik op het punt gestaan om weg te lopen,  maar zonder geld of legitimatie kom je niet ver.  Monique, mijn zorgmoeder, heeft urenlang met me gepraat. Na een paar maanden besloot ik: ‘Ik wil die haat, pijn en onzekerheid niet meer’. De stap om te kiezen voor een positieve toekomst, om écht door te zetten was ontzettend zwaar.”

Ging je daarna terug naar huis?

“Mijn ouders kwamen me ophalen in Frankrijk. We hebben samen nog drie dagen onder begeleiding gebackpackt en geklommen in de bergen. Ik was blij om ze te zien, maar ik merkte dat het nog niet goed zat tussen ons. Daarom heb ik in overleg met mijn begeleider besloten om niet meer thuis te gaan wonen. Kort daarna ben ik in een zorggezin geplaatst in Limburg.

Wat hebben die twee zorggezinnen voor je betekend?

“Ze vonden me niet raar, plaatsten me niet in een hokje. Dat vond ik heel bijzonder. Ze namen me op in hun gezin alsof ik één van hen was. Bij die gezinnen heb ik ontdekt hoe een gezinsleven kan zijn. Samen eten, de dag bespreken, elkaar vragen hoe het gaat.  Mijn eigen ouders hebben moeite om emoties te tonen of écht te praten, terwijl ik daar zo’n behoefte aan heb. Bij die zorggezinnen zag ik hoe bijzonder het is om iets te betekenen voor jongeren. Dat wilde ik ook. Ik besloot om een mbo-opleiding Maatschappelijk Zorg te proberen. Frida, mijn Limburgse zorgmoeder, schreef een referentie naar de opleiding. Er volgde een gesprek waarin ik  vertelde over mijn verleden en mijn motivatie. Ik ben Sonja, die me heeft aangenomen, nog steeds dankbaar.”

Wat is het beste advies dat je ooit hebt gehad?

“Ik heb heel vaak geroepen: ‘Ik kan het níét, ik loop weg!’. Mijn Franse zorgmoeder Monique gaf me het advies: Samantha, zeg tegen jezelf: ‘Ja, ik kan het!’. Denk aan de dingen die je al wél gelukt zijn. Het gaat niet om de quantiteit maar om de qualité!”

Waar haal je troost uit?

“Uit een boek dat ik zeker 10 keer heb gelezen: ‘In duizend stukjes’ van ex-verslaafde James Frey. Hij beschrijft hoe hij is afgekickt. Doorzetten is een belangrijk punt in dit boek en ook in mijn leven. Op m’n 18e heb ik het Franse woord  ‘persévérer’ op mijn linkerpols laten tatoeëren.  Als ik het even niet meer weet, kijk ik ernaar en voel ik me beter.”

Waar heb je spijt van?

“Hoe ik met mijn zusje en moeder ben omgegaan. Er zijn dingen gebeurd die ik niet meer kan terugdraaien. Het is te makkelijk om te zeggen dat ik kutouders had, ik was zelf ook een kutkind. Mijn kleine zusje heeft verschillende keren de politie moeten bellen omdat het thuis totaal uit de hand liep. Achteraf denk ik: Wat hadden al die ruzies voor zin?”

Aan wie heb je de meeste steun gehad?

“Aan de bijzondere mensen die ik tegenkwam in mijn leven. Juf Monique uit groep drie. Mary en Amy, bij wie ik mocht logeren als er thuis ruzie was. Els van Families First, die zorgde dat ik snel in Frankrijk kwam. Monique en Lia van de crisisopvang in Etten-Leur. Adrie en Monique, mijn Franse zorgouders. Frida & Noud, mijn zorggezin in Oploo, met hun kinderen Coen, Anne en Floor. De hulpverleners van PEL, Rien en Annelies, die me zo goed begrepen. Met de meeste heb ik nog steeds af en toe contact. Op dit moment zijn mijn vrienden en collega’s op mijn stageplek erg belangrijk voor me.”

Waar ben je trots op?

“Op mezelf. Dat ik ‘t heb volgehouden. Ik voel me sterk. Ben meer in mezelf gaan geloven en weet dat ik lastige situaties aankan. Ik heb nu bijna mijn mbo-diploma niveau 4 en ik wil door naar het hbo.”

Hoe is het contact met je ouders nu?

“Redelijk. Het is nog steeds jammer dat we niet écht kunnen praten, maar ik begin een beetje te accepteren dat ze zijn wie ze zijn. Weet je, de pijn zal altijd blijven en dat geldt waarschijnlijk ook voor hen, maar ik heb er mee leren leven. Buiten dat moet ik door, ik kijk liever vooruit.”

Zie je je vrienden van vroeger nog wel eens?

“De meeste niet, ze gaven niet echt om mij. Het was ‘voor wat hoort wat’. Alleen Fleur en Marjet hebben mij door dik en dun gesteund. Mijn vriendenkring van nu is heel hecht. Het zijn mensen op wie ik kan bouwen, die mijn verleden kennen en me accepteren zoals ik ben.”

Hoe ziet jouw leven er over 10 jaar uit?

“Een avontuurlijk leven, niet te standaard. Ik hoop dat ik de juiste partner heb gevonden om samen een zorgboerderij of chambre d’hôte te beginnen. En wie weet, begin ik een tapasbar op het Spaanse strand, met Monique, mijn Franse zorgmoeder. Dat heb ik haar ooit beloofd, haha.”

Je gouden tip voor jongeren?

“DOORZETTEN!! Motivatie is alles. Als je écht iets wilt, kún je het ook en gaan er deuren voor je open. Het heeft lang geduurd voor ik dat doorhad. Al val je honderd keer, er komt een moment dat je het doorhebt, het roer omgooit en er wel voor gaat! Ik ben blij dat ik zoveel kansen heb gekregen, anders had ik het niet zover geschopt.”

Deze oplossingen horen bij mijn traject