"Mijn moeder kon niet geloven dat ik echt aan het veranderen was."

- Stan (17)

Als Stan in een zorggezin op het Brabantse platteland komt wonen, heeft hij al heel wat ellende achter de rug. Nu, een jaar later, ken je bijna hem niet meer terug. Hij straalt rust uit, volgt een opleiding, heeft bijna zijn rijbewijs gehaald en sinds kort een vaste baan. Terug naar zijn oude leven – blowen, spijbelen en op straat hangen – wil hij nooit meer.

Wat is er gebeurd in je leven?

“Mijn vader overleed toen ik 11 jaar was. In ons gezin had ieder zijn eigen verdriet, maar we praatten er niet over. We gingen onze eigen weg, ik voelde me alleen. Toen ik in de puberteit kwam, ging ik afleiding zoeken buiten de deur. Ik wilde weg van huis, ging spijbelen en op straat hangen. Mijn moeder kon me niet aan, ik manipuleerde haar en we hadden veel ruzie thuis. Om rust te krijgen in mijn hoofd, gebruikte ik soft drugs. Mijn moeder liet me opnemen in een afkickcentrum, maar dat hielp niet. Het werd zelfs erger. Ze brachten me naar een jeugdinternaat in Lochem, maar ook daar ging het niet goed. Ik kon niet tegen de jongens op, werd gepest en maakte mezelf onzichtbaar. Uit pure wanhoop heb ik toen een aanbod geaccepteerd om naar Frankrijk te gaan, een PEL-traject van Bijzonder Jeugdwerk. Dat is mijn redding geweest.”

Hoe was het in Frankrijk?

“Sommige jongens vertelden me dat Frankrijk een hel zou zijn, maar dat was echt niet waar. Alleen de eerste weken waren moeilijk, omdat ik niet kon blowen. Angst, paniek en verdriet, alles kwam op me af. Maar na een maand ging de knop om. Ik ben gaan werken en na een tijdje wilde ik niet meer weg. Ik genoot van het traktor rijden, gras maaien, hout kappen. Allemaal hersenloze werkzaamheden, maar ik vond het fantastisch. Iedere dag hetzelfde ritme, rust in je kop, de zon op je bol. ‘Laat mij hier maar blijven’, dacht ik.”

Maar je moest terug naar Nederland, hoe was dat?

“In Frankrijk is het leven simpel. Je hebt geen geld, geen telefoon, geen drugs, niks. Maar het echte leven begint natuurlijk pas als je weer in Nederland bent. Dan moet je weer keuzes maken, aan verwachtingen voldoen, verantwoordelijkheid nemen. Dat betekent stress. Ik zag er dus best tegenop om terug te gaan.”

Je werd geplaatst bij een zorggezin, wat vond je daarvan?

“De kennismaking ging eigenlijk meteen goed. Het zijn hele rustige mensen, ik had er snel een goed gevoel bij. Ze hebben een outdoorbedrijf in Brabant, op het platteland. Toen ik hier kwam wonen, hebben we eerst goed gepraat en daarna ben ik eigenlijk meteen aan het werk gegaan. Dat hoefde niet, maar ik wilde het graag. Ik  pakte meteen van alles aan: technische klusjes, tegelzetten groenonderhoud, hout kloven en zo. Dat was heel leuk, ik vond er dezelfde rust als in Frankrijk.”

Had je geen moeilijke momenten?

“Ja, die heb ik wel gehad, vooral in het begin. Ik dacht dat ik sterk genoeg zou zijn, maar dat viel toch tegen. In de weekenden mocht ik naar huis, naar mijn moeder in Apeldoorn. Daar ben ik toch weer een paar keer gaan blowen en mijn oude vrienden opzoeken. Mijn moeder kwam erachter en raakte in paniek. Ze heeft midden in de nacht naar het zorggezin gebeld om advies te vragen. Mijn zorgvader heeft met haar besproken hoe ze het beste kon reageren.”

Het gaat nu heel goed met je, wat was de omslag?

“Dat kwam vooral door de fijne gesprekken die ik heb gehad met mijn zorgouders. Ze hebben me heel erg gesteund, ook bij het maken van keuzes. Die gesprekken hebben me geholpen om het verleden onder de loep te nemen. We hebben het vaak over mijn vader gehad, over de gevoelige dingen, maar ook de mooie herinneringen. Ze gaven me veel complimenten, waardoor ik het vertrouwen kreeg dat het me zou lukken.”

Had je een eigen kamer?

“Ja, in het begin woonde ik bij het zorggezin in huis. Ik had een eigen kamer waar ik me kon terugtrekken. Verder deed ik gewoon mee met hun gezinsleven. Eten, slapen, tv kijken, huishoudelijke klusjes etc.  Inmiddels woon ik in een vakantiehuisje op hun terrein en heb ik meer privacy. Dat bevalt me goed. Ik kan altijd bij ze binnen lopen. Als het goed blijft gaan, wil ik over een tijdje op mezelf gaan wonen.”

Heb je je school weer opgepakt?

“Ja, afgelopen jaar heb ik eerst mijn vmbo afgemaakt. Daarna ben ik de opleiding BBL Autotechniek gaan doen. Dat wilde ik al heel lang. Mijn zorgvader heeft me in de zomervakantie geholpen om een baantje te vinden bij een autobedrijf.”

Hoe is nu de relatie met je moeder?

“Het contact is weer goed. In het begin vond ze het moeilijk om me te vertrouwen. Ze kon niet geloven dat ik echt aan het veranderen was. Mijn zorgouders hebben veel met haar gepraat. Ook met mijn tante, opa en oma trouwens. Dat was heel goed. Ze hadden het nodig om van een ander te horen dat ik wel te vertrouwen was.”

Waar ben je het meest trots op?

“Dat ik een vaste baan heb gekregen bij het autobedrijf. Mijn baas zei: ‘Als je je best doet, word je beloond’. En dat heeft hij ook gedaan. Ik kreeg een vaste baan en mocht bij hem een tweedehands auto uitzoeken, die ik zelf ga opknappen. Het is een Opel Kadett geworden. Ik ben net geslaagd voor mijn rijbewijs, dus kan er binnenkort mee rijden!”

Zie je je oude vrienden nog wel eens?

“Nee, ik ga niet meer met ze om. Ze zijn diep gezonken, junks zijn het geworden. Ik kan niet wachten om straks met mijn auto bij ze langs te rijden. Ik wil dat ze zien dat je ook iets van je leven kunt maken. De hulp die ik kreeg, was superbelangrijk, maar uiteindelijk heb ik het zelf gedaan. Het gaat nu goed met me en dat wil ik heel graag vasthouden.”

stan1

Deze oplossingen horen bij mijn traject