Marokkaanse straatjongeren… een moeilijk bereikbare doelgroep?

Nederlands-Marokkaanse jongeren komen relatief vaak in contact met de politie, terwijl hulpverleners deze jongeren niet weten te bereiken, zo blijkt uit onderzoek. De hulpvraag van deze jongeren is vergelijkbaar met die van Nederlandse jongeren, alleen de manier waarop de hulp wordt aangeboden sluit doorgaans onvoldoende aan. Binnen de gemeente Helmond is een effectieve methode ontwikkeld om Nederlands-Marokkaanse jongeren wél te bereiken.

Meest voorkomende problemen
De Marokkaanse gemeenschap wordt gekenmerkt door sociale achterstand, aldus onderzoeker Paalman (VU Medisch Centrum, 2013). Er zijn veel problemen, zowel bij de jongeren zelf als binnen het gezin, maar ook op sociaal maatschappelijk vlak. In de Nederlandse statistieken zien we hoge percentages Marokkanen als het gaat om wonen in achterstandswijken, armoede, slechte scholing en lage kansen op de arbeidsmarkt. Daarbij laten politiecijfers zien dat Nederlands-Marokkaanse jongeren oververtegenwoordigd zijn in de jeugdcriminaliteit.

Gezien worden
Jan Dirk de Jong, lector Aanpak jeugdcriminaliteit, zegt in een interview (Zorg & Welzijn, 2016) dat jeugdwerkers zich vaak ongemakkelijk voelen bij deze doelgroep. “Als ik in een willekeurig buurthuis ga kijken in de meest kwetsbare wijken, zie ik nog te veel jongerenwerkers die weinig gezag hebben. Die professionals zijn misschien wel deskundig, maar ik zie geen connectie. Jongerenwerkers in moeilijke wijken hebben ervaringen nodig die verder gaat dan deskundigheid. Het gaat niet om wie het beste heeft opgelet in de opleiding. Het gaat om hoe je zelf lastige situaties hebt doorstaan in je leven. Als je onzeker bent over hoe je jezelf moet opstellen als professional, dan sta je al op achterstand. Die jongens willen dat je open tegen ze bent en dat ze zich gezien voelen.”

Toeleiding naar hulp
Ook in de gemeente Helmond zien we relatief veel Marokkaanse jongeren op straat. De jongerenopbouwwerkers van Bijzonder Jeugdwerk hadden ín 2016 om precies te zijn 5661 contacten met jongeren op straat. Tweederde hiervan was van een andere culturele afkomst. Nederlands-Marokkaanse jongeren vormden hiervan de grootste groep. De afgelopen jaren heeft Bijzonder Jeugdwerk veel geïnvesteerd in contacten met deze doelgroep. Dat begint voorzichtig zijn vruchten af te werpen. Meer Marokkaanse probleemjongeren worden de laatste jaren toe geleid naar hulp. Dat is onder meer terug te zien in de jaarcijfers van het Jongeren Inloop Punt (JIP).

Professionele ervaringsdeskundigen
Van alle jongeren die bij het JIP een hulptraject kregen aangeboden, had 55% een andere culturele achtergrond. Het overgrote deel daarvan was Marokkaans. Dat zij de weg naar het JIP goed wisten te vinden, is met name te danken aan de jongerenopbouwwerkers op straat. De inzet van ervaringsdeskundigen is daarbij een belangrijke succesfactor. Neem bijvoorbeeld Mohcine Hamri, werkzaam als jongerenopbouwwerker bij Bijzonder Jeugdwerk. Hij heeft de Nederlands-Marokkaanse nationaliteit, zat ooit in detentie, maar kreeg zijn leven weer op de rails. Nu werkt hij al 8 jaar als professioneel ervaringsdeskundige in Helmondse wijken en buurten, samen met zijn collega Geoffrey Lemmens.

Mohcine (links) en Geoffrey (rechts)

Sociale rolmodellen
Door hun levenservaring, openheid en voorkomen worden de mannen gezien als sociale rolmodellen voor de Marokkaanse jeugd. Ze dwingen een natuurlijk respect af. “Dat was niet meteen vanzelfsprekend”, zegt Mohcine. “De argwaan bij deze groep is groot, ze zijn snel bang om verlinkt te worden. We moesten eerst een vertrouwensband zien op te opbouwen. Het duurde een tijd voor ze inzagen dat we er écht voor hen zijn.” Op de piekmomenten, in mei, juni en september is Mohcine van ‘s middags 3 tot ’s nachts 3 uur op straat. Jongeren die overlast veroorzaken worden aangesproken op hun gedrag. “De ene keer is het effectief om de leider apart te nemen, de andere keer hebben we meer succes met het beïnvloeden van de aanhang, de meelopers.”

Samen sporten
De straatjongeren worden ook meegenomen om samen te gaan voetballen of fitnessen in een sportzaal. “We stimuleren ze om weer een normaal dagritme te krijgen, gezond te leven en niet ‘s nachts op straat te hangen. Soms vragen jongeren aan mij waarom ik ’s nachts niet naar huis ga, naar mijn gezin. Dan zeg ik: ‘Ik ga pas naar huis als alles goed gaat met jullie.’ Steeds meer jongeren vertrouwen hun zorgen aan ons toe. Dan vertellen ze over hoe het thuis gaat en wat er mis is in hun leven. Over hun ouders, ruzies en schulden. Dat is meestal het moment dat ik ze voorstel om naar het JIP te gaan. Dat vinden ze natuurlijk eng, maar dan loop ik gewoon even mee naar binnen.”

 

Lees hier hoe Younes (20) zijn straatleven opgaf.    
https://www.bijzonderjeugdwerk.nl/traject/younes-20-maakt-stad-onveilig/
Gebruikte bronnen in dit artikel:
Hulpverlening bereikt Marokkaanse jongeren onvoldoende (2013)
https://www.vumc.nl/afdelingen/over-vumc/nieuws/7755826/

Moeilijke jongere zoekt verbinding met professional (2016)
https://www.zorgwelzijn.nl/welzijnswerk/nieuws/2016/3/moeilijke-jongere-zoekt-verbinding-met-professional/