Waarom is Mitchell (16) het verkeerde pad opgegaan?

Wat is de hulpvraag?

Sinds een jaar is de 16-jarige Mitchell, een mooie jongen met een vlotte babbel, op het verkeerde pad. Hij heeft een taakstraf gekregen omdat hij spullen jatte uit een winkel en twee woonhuizen. ‘Waarom doet hij dit?’, vraagt de jeugdreclasseringsmedewerker zich af. Mitchell is opstandig, dwingend en scheldt iedereen de huid vol, zegt zijn moeder. Ook gebruikt hij soms drugs. Hij is nooit eerder in beeld geweest bij jeugdzorg of politie. Ligt het probleem bij hem of eerder bij zijn omgeving? En welke hulp is het meest effectief?’ De jeugdreclassering vraagt een onderzoek aan bij Keinder, het diagnostisch centrum van Bijzonder Jeugdwerk.

Wat houdt het onderzoek in?

In een gesprek met Mitchell, zijn ouders en de jeugdreclasseringsmedewerker, worden de onderzoeksvragen vastgesteld. Het onderzoek is maatwerk. Er wordt in dit geval gekozen voor:
– een intelligentietest
– gedrags- en persoonlijkheidsvragenlijsten
– een ontwikkelingsanamnese met moeder
– een gesprek met Mitchell
– een gesprek met vader en moeder
– een gesprek met een docent van school
– een gesprek met de jeugdreclassering

Wat zijn de conclusies?

Uit het onderzoek blijkt dat Mitchell een vrij lage intelligentie heeft. Zijn verbale vermogens (praten) zijn echter aanzienlijk beter dan zijn cognitieve (denken). Dat verklaart waarom het op school niet lekker loopt. Mitchell is begonnen op de mavo en afgezakt naar vmbo-basis. Daar is hij twee keer blijven zitten en nu moet hij van school. Zijn docenten zeggen dat Mitchell misschien wordt overschat, omdat hij verbaal zo sterk is. Daarnaast blijkt uit de test dat Mitchell ADHD heeft. Zelf zegt Mitchell dat het altijd druk is in zijn hoofd en dat hij zich moeilijk kan concentreren. Als hij blowt, dan voelt hij zich een stuk beter. Uit het persoonlijkheidsonderzoek blijkt dat Mitchell een sterke drang heeft naar avontuur en een beperkt inlevingsvermogen in anderen. Hij is ontspoord toen zijn ouders een jaar geleden gingen scheiden. Er waren ook financiële problemen, wat veel spanningen gaf. Terwijl zijn ouders de handen vol hadden aan zichzelf, viel voor Mitchell het vertrouwde dagritme weg. Zijn moeder zegt dat ze moeite heeft om hem te begrenzen. Zijn vader ziet hij weinig sinds de scheiding. Mitchells criminele gedrag was een manier om te laten zien: ‘Het gaat niet goed met mij’. De conclusie is dat zowel kindeigen factoren (ADHD, beneden gemiddelde intelligentie) als omgevingsfactoren (scheiding, opvoedvaardigheden) daarbij een rol hebben gespeeld.

Wat heeft Mitchell nodig?

– Mitchell heeft een opvoedklimaat nodig met duidelijke structuur en grenzen. Hij ontwikkelt zich het best bij een positieve aanpak, met veel complimenten.
– Mitchell kan niet stilzitten. Hij is gebaat bij een opleiding waarbij hij de handen uit de mouwen kan steken.
– Mitchell mist zijn vader en heeft diens vaderlijk gezag hard nodig.

Wat is het handelingsadvies?

MDFT-therapie voor het gezin om meer duidelijkheid en structuur te krijgen in de opvoeding.
Psycho-educatie om Mitchell en zijn ouders te leren omgaan met de stoornis ADHD.
– Uitzoeken hoe Mitchell meer tijd kan doorbrengen bij zijn vader. Een ouderkind-weekend zou het begin kunnen zijn van een beter contact met zijn vader.
– Een leerwerktraject (1 dag naar school en 4 dagen werken), dat aansluit bij zijn interesses.
– Zijn drugsgebruik monitoren en indien nodig hier hulp op inzetten (Novadic Kentron).
– Eventueel ADHD-medicatie geven.